Een team archeologen heeft in Ethiopië vuistbijlen van vulkaanglas van 1,2 miljoen jaar oud opgegraven. Dat is minstens een half miljoen jaar ouder dan eerdere vondsten van het gebruik van dit moeilijke materiaal door mensachtigen.

17 februari 2023

https://www.volkskrant.nl/wetenschap/1-2-miljoen-jaar-oude-werkplaats-voor-hightech-vuistbijlen-ontdekt~b9b1555a/


Dat Ethiopië vol ligt met rijkdommen uit de vroege steentijd was onbekend, tot amateurarcheoloog Gerard Dekker tijdens een weekendtrip in 1963 de eerste gereedschappen uit dat tijdperk aantrof. Margherita Mussi, prehistoricus aan de Italiaanse Sapienza Università di Roma, liep onlangs eigenlijk net zo nietsvermoedend met haar onderzoeksteam tegen een nieuwe vondst aan: een werkplaats voor vuistbijlen van vulkaanglas van 1,2 miljoen jaar oud.


‘We daalden af in de geul van de Simbiro, een stroompje dat uitmondt in de Awash-rivier, dan sta je al snel voor een klif van 5 meter hoog’, vertelt Mussi. ‘De laag met de vuistbijlen erin zit iets boven ooghoogte, we zagen ze er direct uitsteken. Het is een verbijsterend rijke laag, maar we hebben er niet te diep in gegraven. Die hele klif is een archeologische schatkamer, we wilden hem niet ondermijnen.’

De vuistbijl is de eerste baanbrekende uitvinding van de prehistorie. Een multitool avant la lettre. Je kon er dieren mee slachten en villen, maar ook knollen mee opgraven of hout mee hakken. Wetenschappers en amateurarcheologen hebben duizenden exemplaren van dit prehistorische ‘Zwitserse zakmes’ opgegraven, in Engelse bouwputten, Tanzaniaanse kloven, op de Tibetaanse hoogvlakten en zelfs in de Nederlandse klei.


Onbekende groep mensachtigen
Onze verre verwanten maakten hun vuistbijlen het liefst van makkelijk bewerkbare steensoorten, denk vuursteen of basalt. Dat maakt deze vondst zo opmerkelijk. Mussi’s team verzamelde 32 vuistbijlen van vulkaanglas (obsidiaan), die tussen meer dan 550 splinters en scherven van hetzelfde spul lagen. Een onbekende groep mensachtigen maakte het stenen gereedschap in deze werkplaats, schrijven de onderzoekers in het tijdschrift Nature Ecology & Evolution. De groep leefde 1,2 miljoen jaar geleden in een gebied dat nu Melka Kunture heet, op een hoogvlakte op anderhalf uur rijden van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, midden in de Hoorn van Afrika.


Obsidiaan is moeilijk spul. Het vulkanische glas ontstaat uit snel afkoelende lava. Het heeft de typische donkere kleur van basalt, maar is bros en breekt als vensterglas, met een schelpvormige, scherp gerande breuk. Dat maakt het geschikt voor gereedschappen en wapens, die er als bonus prachtig uitzien. Maar het versplintert ook gemakkelijk en kan je verwonden. Het duurde dus even voordat mensachtigen er iets mee konden. In afzettingen uit het pleistoceen vind je nauwelijks gebruiksvoorwerpen van vulkaanglas, een paar uitzonderingen daargelaten, zoals een partij obsidiaan vuistbijlen uit Kenia van zo’n 700 duizend jaar oud. De nieuwe vondst is minstens 500 duizend jaar ouder, een kleine miljoen jaar voor Homo sapiens zijn eerste voetstappen zette.

Obsidiaan is moeilijk spul. In dit overzicht van de gevonden vuistbijlen zijn onregelmatige glasachtige breuken en ditto eindvormen te zien, die aantonen aan dat niet alle vuistbijlen even perfect afgewerkt eindigden.


Aandacht voor detail
Steentijdarcheoloog Gerrit Dusseldorp (Universiteit Leiden) is vooral getroffen door het werk dat in de vuistbijlen is gaan zitten en de aandacht voor detail: ‘Als archeologen proberen we voorzichtig te zijn. Als een vuistbijl er zó goed uitziet, schrijven we dat liever niet toe aan de vaardigheden of intelligentie van zo’n mensachtige. We weten immers dat betere grondstoffen leiden tot betere werktuigen. Maar je ziet dat de steensmeden veel tijd en moeite in dit obsidiaan hebben gestoken.’ Van de vulkaanglas vuistbijlen zijn wel dertig schilfers afgetikt, om ze zo mooi als mogelijk af te werken. Mussi’s team vond ook bijlen van een minder mooi vulkanisch steentje. Daar sloegen de steensmeden gemiddeld maar zeventien schilfers vanaf.

Mussi is meer uitgesproken. ‘Het idee dat mensachtigen vóór homo sapiens een soort bruten waren die dom met hun omgeving omgingen, wil ik bestrijden. Jij en ik zouden hier nu niet zijn, als deze wezens niet heel slim waren geweest.’ Ze legt uit dat Melka Kunture 1,2 miljoen jaar terug een overstromingsvlakte was, waar de Awash-rivier traag doorheen slingerde. Tijdens het overstromingsseizoen kreeg je, net als nu in de Okavango-delta in Botswana, een archipel van kleine eilanden. Deze mensachtigen zochten het dan hogerop. Mussi: ‘We hebben dankzij pollenanalyse een goed beeld van de vegetatie van toen. Dit was geen savanne, met de typische struiken, bomen en knollen die je daar vindt.’

.
‘Afromontane’ vegetatie

De mensachtigen die het gebied dat nu Melka Kunture heet ontdekten troffen er ‘afromontane’ vegetatie aan, zoals nu op de Kilimanjaro of de bergen van Ethiopië groeit. De dieren waren ook anders. Bijna geen giraf-, olifant- of krokodilachtigen. ‘Deze hoogvlakte was een paradijs voor nijlpaardachtigen. We zien overal botten van nijlpaarden en nijlpaardjes. Dit was dus nieuw, lastig terrein voor deze mensachtigen. Toch waren ze slim genoeg om de uitdagingen ervan aan te gaan en hier te gedijen.’

‘Afromontane’ vegetatie. De bergen en hoogvlakten van Oost-Afrika hebben een streng klimaat met extreme en snelle schommelingen in temperatuur, die je het best kunt omschrijven als “elke dag zomer en elke nacht winter”. De regenval is ook laag. Op de Kilimanjaro, de hoogste bergtop van Afrika, bedraagt de gemiddelde regenval slechts 150 mm per jaar boven de 4350 meter; op 5000 meter is de gemiddelde jaartemperatuur -1 °C. Veel plantensoorten hebben daarom kenmerkende beschermende maatregelen ontwikkeld tegen deze barre omstandigheden; zo hebben zowel de plantensoorten Dendrosenecio als Lobelia gigantische bladrozetten die ’s nachts sluiten en zo voor thermische isolatie zorgen.

Waar het ruwe materiaal voor de vuistbijlen precies vandaan komt, weet Mussi niet. ‘Tijdens het regenseizoen verlegde een gezwollen Awash-rivier zijn koers en sneed een vooralsnog onbekende laag obsidiaan aan in het vulkanische achterland. Keien ervan rolden door de rivierbedding en werden gevonden door deze mensachtigen, toen het water weer zakte. Ze moeten al snel vertrouwd zijn geraakt met dit vulkanische glas en nieuwe technieken hebben verzonnen om het te bewerken.’ De vorm van deze vuistbijlen bevestigt dat. Ze zijn groter dan gebruikelijk, met meer scherpe snijkanten.

Deze ontdekking sluit goed aan op het veranderende denken over de culturele ontwikkeling van andere mensachtigen, zoals de neanderthalers. Steeds meer wordt duidelijk dat onze verre verwanten een stuk vernuftiger waren dan we altijd hebben gedacht.

Waarom was deze droge hoogvlakte een paradijs voor kleine nijlpaardjes?Door de ‘slechte’ afwatering van het terrein. Een overstromingsvlakte kent vele meren, poelen en poeltjes. Deze vormden een ecosysteem rond de archipel van eilandjes, waar deze dieren bijzonder goed in gedijden.